27-04-1998 Dagblad Tubantia

27-04-1998: Dagblad Tubantia:

Bruisend toneel in uniek grensdialect

OVERDINKEL - De Vereniging,  zaterdag, Chr. Toneelvereniging Eensgezindheid met het blijspel :Het vrolijke tankstation'. Regie: Piet Pereboom
De Chr. Toneelvereniging Eensgezindheid in Overdinkel is een goedlopende club. De vereniging beschikt over voldoende spelers en komt twee keer per jaar met een avondvullend stuk op de planken. Zo ook deze keer met het blijspel 'Het vrolijke tankstation', een oorspronkelijk Duits stuk van een zekere Fritz Wempner in een vertaling van Frans Drost. Het spel draait om de jonge garage- en rijschoolhouder Gert Jansen, die er tevens zijn zinnen op heeft gezet ooit nog eens fabrieksrijder te worden in de zijspanmotorsport. Hij wordt bijgestaan door zijn forse monteur/bijrijder Willem Bok, die volgens Gerts kennissenkring plaats moet maken voor een 'jonge lenige kerel'. Die nieuwe bijrijder biedt zich op slinkse wijze aan in de 'jongensfiguur' van de motorsportfanate Jenny Poot, zonder dat Jansen aanvankelijk in de gaten heeft dat het om een meisje gaat. Dan lopen er in het kantoortje van het tankstation nog allerlei figuren als boerenraadsleden, een marskramer en een opdringerige journaliste in en uit, terwijl hier de scepter wordt gezwaaid door de potige huishoudster Dien die alles onder controle heeft. Het voortbestaan van het tankstation, waar het inmiddels helemaal niet zo vrolijk toegaat, valt of staat met de aanleg van een nieuwe weg, die uiteindelijk toch nog wordt gerealiseerd. Jenny komt in het zijspan terecht en weet ook Gerts hart voor zich te winnen.  
Er werd met name door Monique Temmink in de moeilijke dubbelrol van Hans/Jenny goed geacteerd. Ze gaf aan beide personages in een vlot, flexibel en trefzeker spel de juiste inhoud. Hierdoor kreeg Peter Smit kans een alleszins aannemelijke garagehouder Jansen op de planken te zetten. Het beste lukte hem dit in het tegenspel met de beide boerenraadsleden, kostelijke typetjes, gecreëerd door Bert Schipper en Rikus Doosje. Margje Wiggers, maakte van haar dankbare rol van Mien de huishoudster met haar snedige opmerkingen een ware creatie. Henk Maat, als de onbesuisde garageknecht Willem, leverde vooral in zijn verontwaardiging vaak prachtig spel. Ook de bijrollen waren in deze komedie goed bezet, zodat het spel tot het einde het talrijke publiek bleef boeien. Het meest opmerkelijke van deze uitvoering was het taalgebruik. Op een enkele Nederlands sprekende speler na, bedienden de acteurs en actrices zich van een uniek 'grensdialect', dat als typisch Overdinkels wordt aangeduid. Het is een streektaal, waarin Drentse en Groningse accenten de overhand hebben en waarin het Twents nauwelijks aan bod komt. Niettemin is de verstaanbaarheid, zeker voor de autochtone Dinkellanders die de zaal bevolkten, optimaal en zeer herkenbaar.
Een stuk met elf spelers op de planken en veel actie vergde van regisseur Piet Pereboom een niet geringe inzet, een taak die hij echter goed wist te klaren. Het door eigen mensen ingerichte decor sprak tot de verbeelding. Het grote raam van het tankstation dat de achterwand van het toneel besloeg en waardoorheen de opkomende en afgaande spelers vanuit de zaal konden worden gadegeslagen, was een regelrechte vondst. Na twee opvoeringen verdient het stuk terecht nog enkele reprises. 
Wim Everink

Foto: Werner Rauwerdink

 

Share our website