|
03-04-2006: Dagblad Tubantia:
Absurde taferelen in klucht van Eensgezindheid
TONEEL -
Overdinkel, Verenigingsgebouw. Uitvoering van het blijspel
Camping
en Botenverhuur Zoer van
Herman van der
Aa, door de christelijke
toneelvereniging
Eensgezindheid.
Regie:
Riekus Doosje en
Henk Maat.
Van toneelauteur Herman van der Aa zijn we gewend dat
hij een maatschappelijke relevantie in zijn stukken probeert aan te
brengen. Wat er in de leefwereld van de spelers en toeschouwers kan gebeuren
wordt in zijn spel bewust gebruikt en krijgt daardoor een grotere
realiteitswaarde. Maar hoe moet dat dan als je vanuit die visie een klucht
gaat schrijven? Dat kan leiden tot absurde taferelen en dat is dan ook weer
de bedoeling. In het stuk dat door Eensgezindheid vier keer voor een volle
zaal van de HervormdeVereniging werd opgevoerd gaat het om de verschraling
in de agrarische sector. Boerenbedrijven moeten inkrimpen en worden door de
verstedelijking opgeschrokt. Doordat bouwland onteigend wordt, zoekt de boer
op zijn overgebleven stuk grond een veelal branchevreemde existentie.
Zo ook de gebroeders Zoer die op voorstel van Cornelis, de oudste van het
drietal, op hun twee overgebleven bunder een camping beginnen. Albert de
middelste broer voelt daar niets voor, te meer daar Cornelis zonder de
nodige vergunningen wil werken. Hij verklaart zich echter solidair en
treedt, als de nood aan de man komt, op als kok. Dan is er nog Geertman, de
jongste, die door de andere broers voor dom wordt versleten, maar soms heel
schrander en gewiekst uit de hoek weet te komen. Het probleem voor Zoer is,
dat hun ervaring in het campingbedrijf totaal ontbreekt, terwijl er ook geen
enkele accommodatie op het boerderijtje aanwezig is. Dat wordt improviseren
en behelpen als op een advertentie de eerste gasten komen.
Lucas Doosje gaf een starre campinghouder Cornelis Zoer ten beste,
die in Piet Pereboom als broer Albert een meegaande hulp kreeg. Rudi
Stappenbeld zette in de rol van Geertman door zijn inventiviteit de
toeschouwers voor verrassingen en kreeg daardoor herhaaldelijk de lachers op
zijn hand. Als tussenschakel tussen bedrijf en buitenwacht fungeerde
postbode Herbert, een rol waarvan Wilbert Bosch zich met verve kweet. Dat
gold ook voor Koosje Bijkerk, die als dorpsgenote Zwaantje Naogel ijverde
voor een vrijgezellenclub, maar tevens een oogje had op broer Albert. Dat
hadden trouwens ook de vier uitsluitend uit vrouwen bestaande campinggasten,
wat weer tot vreemde taferelen aanleiding gaf. En in deze rol konden Margje
Wiggers, Gerry Jonker, Margret Roelink en Natasja Kamphuis zich uitleven.
Wim Everink

Foto: Reinier van Willigen
|